ERROR
John over de reis:
vrijdag 20 juni 2003, Dag 1 Amsterdam Moskou, Ulaan Baator
Rond de middag kom ik op Schiphol aan. Een grote zwarte Ortlib tas en mijn
"grote" rugzak vermomd als handbagage. Ik ontmoet mijn reisgenoot,
Hans van der Hoff, na de incheck. Hij zit aan de koffie, en da's wel een
prima idee, zo'n laatste bakkie Hollandse koffie. Je weet maar nooit
wat die Mongolen er van brouwen.
We vliegen naar Ulaan Baator met Aeroflot, en dus via Moskou. Het stukje
naar Moskou is zo'n dikke drie uur. Daar blijkt dat de bagage van Hans
beter, zoals die van mij, direct doorgelabeled had kunnen worden naar "UB".
De mevrouw in Moskou was 't helemaal niet eens met 't advies van haar
collega in Amsterdam.
Bij de gate, op het vliegveld in Moskou, is het dan afwachten tot de
Tupolev ons naar Ulaan Baator gaat brengen. Langzaam maar zeker komen
er steeds meer, al dan niet door de Vodka bedwelmde, Mongolen rond om
ons heen zitten. Wel, we zitten in ieder geval bij de goede gate moet je
maar denken.
Eindelijk mogen we instappen. Het is druk in de Tupolev. Het is grappig
om te zien hoe een Rus, met een boarding pass van een heel andere vlucht,
loopt te roepen dat hij recht heeft op de plek waar Hans -volgens zijn
boarding pass- recht op heeft. Er struinen zo nog wat vreemde vogels door
het toestel.
Dan gaan de deuren dicht, het vliegtuig taxiet wat over de luchthaven,
stopt, en dat is het dan. Er wordt een trap tegen het toestel aangereden,
we mogen allemaal weer uitstappen en een busje brengt ons terug naar
het terminal gebouw.
Er is kennelijk iets mis met het toestel. Een technische probleem.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is -en misschien is dat ook
wel zo- vangt een kort gerokte dame met suikerspin kapsel ons op bij
de ingang van het gebouw, ze deelt re-boarding-passen uit, loodst ons door
het gebouw, terug naar de gate, naar beneden, weer terug dezelfde bus
in, en zo weer terug naar het zelfde vliegtuig. Een half uur later
zitten we dan weer, onwetend wat de aard van de technische storing was,
toch weer in de Tupolev. Het toestel stijgt op en we vliegen.
zaterdag 21 juni 2003, Dag 2, Ulaan Baator City Tour
Na ongeveer 5 uurtjes, een ronde "Fish or Beef please", wat kletsen
met een Mongools meisje -studerend in Wenen- dat na twee jaar weer
naar "huis" gaat, komen we aan in Ulaan Baator, de hoofdstad van Mongolie.
Veel Mongolen in het vliegtuig gaan juist nu, voor het komende Naadam
Festival, naar huis terug.
Voor we het vliegtuig uit mogen is er nog een "ik heb echt geen SARS"
formulier in te vullen. De papiertjes worden opgehaald (en waarschijnlijk
weg gegooid zodra wij uit het toestel zijn), en we staan op Mongoolse bodem.
Baljaa, de vrouw van Bold die onze contact persoon is, haalt ons van
het vliegveld op. Twee gidsen Boogii en Daamia zijn er ook bij.
Na een kort ritje komen we in ons Hotel. Netjes, schoon en prima voor elkaar.
Hans en Thea, de twee andere reisgenoten, zijn er nog niet. Die komen per
trein uit Rusland. Ze zijn bezig me een soort wereldreis door centraal Azie
en onze tocht door Mongolie is voor hun een onderdeel van die reis.
Nadat we een beetje zijn bijgetrokken van de reis is het tijd voor de "City Tour".
Boogii haalt ons op en neemt ons op sleeptouw door het centrum van UB. Eerst
een bezoek aan het "museum of fine arts". Na zo'n vermoeiende vliegreis heeft dit allemaal
een erg hoog "very special monument" gehalte zoals ik dat in Petropavlosk ook
onderging. Ik ervaar dit museum als "drie-keer-niks", en de rondleidster spreekt
ook nog alleen maar Mongools.
's Avonds dineren we in het "Brauhaus". Ondanks de beperkte afstand tot het
hotel, ongeveer 3 minuten lopen, vindt Boogii dat we er met de taxi naartoe moeten.
Soms zijn 't rare lui, die Mongolen...
zondag 22 juni 2003, Dag 3, Hans en Thea
Het is weer even moelijk om te wennen aan het tijdverschil. Hans en ik hebben een rommelig
nachtje achter de rug. Als we wakker worden blijkt in de kamer naast ons de andere
helft van ons reisgezelschap aangekomen te zijn. Hans en Thea.
Om 11 uur begint episode twee van de "City Tour". Vandaag gaan we met twee auto's op
pad. We bezoeken het "Summer-" en "Winter-Palace". Erg mooi, jammer genoeg "no pictures pleaz".
Dit is allemaal nog niet eens zo heel erg oud, maar het lijkt alsof je 10 eeuwen terug
de tijd in gaat. In het winterpaleis is te zien dat de toenmalige machthebber een hobby
heeft gehad in het verzamelen van geschenken uit verre landen, en met name in het
verzamelen van de meest exotische (vaak heel lelijk) opgezette dieren. Er zijn
dieren bij uit Afrika, en zelfs uit West-Europa is een verzameling Hollandse weidevogels,
een duits wild-zwijn en een gewone zeehond te zien. Weird allemaal.
Vervolgens gaat het naar het Zaisan Memorial monument, het typisch Sovjet achtige
bouwsel op een bergje net buiten UB. Dit is zo ongeveer HET monument van UB, er zijn
veel mensen die er even langs gaan en er drie (of is 't nou 7) rondjes rond een hoop stenen
lopen om zo de kansen op geluk wat te vergroten. Er is zelfs een trouwend stelletje dat
hier met de hele familie diverse keren op de foto gaat.
De lunch is in een nauwkeurige kopie van een Duitse Biergarten, en dan is het bezoek
aan de "black market", de bazaar van UB aan de beurt. Boogii vindt het allemaal nogal
speciaal, maar het is net zo'n soort bazaar als overal. Veel kleding, zonnebrillen,
tandpasta en eigenlijk niet eens zoveel eten. Het barst er van de busjes die mensen
en spullen aan- en afvoeren, en waarschijnlijk lopen er evenzoveel zakkenrollers rond.
Vervolgens de "State Department Store", een door de Sovjets gebouwde winkel die iets
weg heeft van een V&D achtige winkel.
Het diner is traditioneel Mongools, vet rund- en schapenvlees, rijst en melkthee. Het is
allemaal nog even wennen. De avond hebben we gezellig met een dompelaar en een pot oploskoffie
doorgebracht met onze reisgenoten Hans en Thea. Een leuk stel.
maandag 23 juni 2003, Dag 4, nog meer City Tour
Vandaag de laatste dag |UB". Op het programma een bezoek aan een klooster met een 26m hoog
Boeddha beeld en daarna een bezoek aan het National Museum. Dit museum heeft een mooie
collectie, soms afgewisseld met kamers met een hoog rariteiten-kabinet gehalte. Het geeft
een uitgebreid beeld van Flora en Fauna, van de dinosaurier-fossielen die gevonden zijn,
van de eerste (en enige) Mongoolse Kosmonaut (de Wubbo van Mongolie dus) en zo zijn er nog
een flink aantal kamers in dit museum.
's Middags slenteren we nog wat rond door de stad, sturen kaartjes naar huis en proberen de
internet faciliteiten in deze stad.
's Avonds gaan we eerst naar een traditionele muziek/dansvoorstelling. Erg mooi!. Daarna
dineren we bij een Korean-restaurant (dat eigenlijk gewoon een Mongools restaurant is, maar
een Koreaanse eigenaar heeft en daarom Korean-restaurant wordt genoemd). Het eten is er
heerlijk. ALs we terug zijn in het hotel grijpt het meisje dat daar werkt de kans om
uitgebreid haar Engels te oefenen. Urnaa heet ze...
dinsdag 24 juni 2003, Dag 5, Vliegen naar Khovd
Vandaag vliegen we met een Antonov van MIAT naar Khovd in het westen van Mongolie.
Bij het inchecken blijkt dat het max. gewicht voor incheckbagage geen 20, maar slechts 10 kg is.
Handig om te weten voor een groep die dit volgend jaar wil doen. De handbagage wordt niet
gecontroleerd (en aangenomen dat die 5 kg is) dus voortaan op dit vliegveld gewoon alles
in je jaszakken en handbagage proppen en een lege tas inchecken.
De vlucht duurt zo'n vier uur, met een tussenstop om te tanken op Moron. Bij aankomst
worden we hartelijk welkom geheten door Bold. Bold komt ook in 't echt over als een hele
geschikte peer, hij spreekt prima Engels en af en toe zelfs tamelijk bruikbaar Nederlands.
Met een Russisch busje, een soort 4-WheelDrive ding dat ze Jeep noemen, gaat we op pad.
Eerst nog even langs de lokale schoenmaker omdat de zool de schoen van Hans heeft losgelaten.
De man draait er drie kruiskopschroeven in, klodder lijm ertussen en klaar...
We eten bij een eet tentje van de (schoon-)familie van Bold. De afgelopen paar dagen was
Bold al in Khovd. Zijn vader is net overleden, of zoals hij zelf zegt, "with the spirits in the sky".
Dan vertrekken we met de "Jeep". Humpdy-bumpdy over de Mongoolse steppe tot ongeveer half tien.
Onderweg maken we nog een korte stop hier en daar, soms om de weg te vragen, soms omdat we fout rijden,
en ook bij een veldje met heeeeel veel muggen om een afspraak te maken voor een lokale gids.
In de stevige wind zetten we de tenten op. Tenten die volgens de voorinformatie "perfect for re-use"
zouden zijn, maar in de praktijk betekende dit dat we ze eerst even grondig met allerlei sport-tape en
touwtjes enzo moesten repareren voordat er succesvol van "re-use" sprake kan zijn.
Het eten is perfect!
woensdag 25 juni 2003, Dag 6, eindelijk wandelen
Vandaag gaan we dan eindelijk echt met de trekking beginnen. Het plan was dat er ook een lokale
gids zou zijn, maar om 9 uur afgesproken en om 10 uur nog geen spoor van deze "Muskito-Man". We gaan
dus op pad zonder de man, de berg op. Onze support-car gaat ondertussen op zoek naar de man. Bij de
lunch komen we de auto weer tegen, en nu mEt de Muskito-man erin. Ze hebben hem dus gevonden. De man
doet keurig waarvoor we hem inhuren, de weg wijzen. "That-the-Way" zegt 'ie, terwijl hij met z'n hand
ergens vaag een richting aangeeft. Dan stapt de man weer in de bus. Hij had kennelijk zelf geen zin
in een bergwandeling met ons en beperkt het 'de weg wijzen' tot wat het precies is: "That-the-Way".
's Avonds bij de kamp plek zien we de man pas weer terug. Vandaag was 't een klim van zo'n 1000m naar
een hoogte van 2500. Links en rechts zien we de besneeuwde toppen van oa de Tsambagarav. Er komen
af en toe nieuwsgierige ruiters langs. In de vallei staan een paar gers, van die typische Mongoolse
vilt-tenten. Herders zijn doende met hun schapen. Ook komen kinderen -te paard- even kijken wie die
vreemde mensen toch zijn. Wij zijn kennelijk net zo'n attractie voor hun als andersom.
Een groepje ruiters komt langs, ze hebben net een ceremonie gedaan om meer regen te krijgen, voor beter
gras en meer van dat soort hele handige dingen als je hier woont. De groep is trots en wil graag op
de foto. Ik zal de foto's via Bold naar ze toe sturen.
Het eten is weer heerlijk. Het is hier trouwens een stuk kouder dan in het warme Ulaan Baator.
donderdag 26 juni 2003, Dag 7, these are the crampons?
Vanochtend maken we een (bijna) rondwandeling door de vallei. Onderweg zijn we te gast in
een echte Ger, bij heel erg vriendelijke en gastvrije mensen. De boterthee die hier
geserveerd werd smaakte een stuk beter dan die in het "Mongoolse" restaurant in Ulaan Baator.
Alle kinderen van de familie komen kijken wie er nu weer te gast zijn. Een bezoekje aan
een Ger is iets waar je ruim de tijd voor moet uittrekken.
We neuzen nog wat rond in de vallei. Morgen is 't plan om te bekijken of we de bergtop
kunnen bereiken, althans, zover mogelijk dan.
Rond een uurtje of twee komen we op de kampsite, hemelsbreed minder dan 2km vandaan van
waar we vanochtend vertrokken. We zullen hier twee nachten blijven.
De middag gebruiken we verder om de klimspullen in orde te brengen die met het busje
vanuit UB zijn meegebracht. Ook dit was van de bekende "perfect for resuse" kwaliteit.
De pickels, het touw en de klimgordels waren inderdaad prima zoals we verwachtten. De
stijgijzers zelf, wel, daar was nog wel wat aan te sleutelen. Volgend jaar moet de groep
toch maar zelf nieuwe spullen meebrengen want het "slijt" allemaal snel als het in Mongolie ligt.
Voor Kirgisch Hans en Thea is dit gedoe met klimspullen tamelijk nieuw. Dutch Hans heeft
juist veel meer ervaring (dan ik) op dit gebied. De Mongoolse gidsen, Boogii en Daamia kennen
dit alleen van plaatjes en zien voor het eerst al dit speelgoed in het echt. De local guide
(That-the-way) gaat morgen ook mee, en voor hem moet dit wel helemaal sience-fiction zijn allemaal.
Morgen gaan we op pad om de route naar de top van de 4208 (en daarmee 3e hoogste van Mongilie) top
te beklimmen. Vanuit ons basiskamp is dat 1500 meter omhoog, het terrein is ons onbekend en de
afstand eigenlijk ook.
De komende dagen rijdt onze auto terug, om de bergen heen, naar de noordkant waar 'ie ons
overmorgen weer komt ophalen. Zelf brengen we overmorgen met kamelen de grotere spullen over de
bergrand. De kamelenman is inmiddels door Bold georganiseerd.
vrijdag 27 juni 2003, Dag 8, de Tsambagarav op, en "slecht weer"
Het thema voor vandaag is "slecht weer".
Toch gaan we vandaag om 7 uur al aan het ontbijt en om 8 uur op pad naar de 4208m
hoge top van de Tsambagarav. Pickel, stijgijzers, touw en de "that-the-way" gids gaan mee. Het
is een flinke wandeling en al snel blijkt dat het slechte weer omslaat in slechter weer, met
hagel en sneeuw enzo. Na een flinke klim (van 2670 waar ons basecamp is naar 3670) komen
we bij een klein soort berghutje. We zijn dan al ruim 15km in afstand en 1000 meter omhoog.
Links en rechts wordt de lucht nog zwarter en het begint kort-maar-erg-heftig te onweren. Allemaal
erg spectaculair, maar ik geloof dat ik ook ooit 'ns geleerd heb dat onweer in de bergen niet
goed kan zijn voor je gezondheid? Rond de middag trekt de lucht een beetje op. We hebben dan een
tijdje opgekreukeld in de kleine berghut gezeten, en besloten dat de echte top (op 4208 m) vanaf
hier niet bereikbaar is vandaag. Het is nog zo'n 10km verder lopen en 500m klimmen waarvan een
groot deel over ijs. Met dit weer is dat niet zeker niet haalbaar, vooral omdat we ook terug
moeten vandaag.
We zijn nu aan de rand van het ijs en gaan hier toch met stijgijzers en touwen in de weer. Een
beetje praktijk-oefening kan vast geen kwaad en 't is best lollig om te doen natuurlijk.
Daarna gaan we langzamerhand weer terug richting basiskamp waar we rond kwart over vijf aankomen.
Het is nog steeds regenachtig weer en 's avonds begint het nog veel harder te regenen en da's iets
waar onze "perfect for re-use" toch niet helemaal perfect voor blijken te zijn.
We bespreken hoe 't volgend jaar eventueel anders kan zodat die groep wel een succesvolle top-poging
kan doen. Op onze manier is het ruim 20km lopen en 1500m klimmen (en terug), en zelfs al zou je om
5 uur 's ochtends vertrekken en je hebt wel perfect weer, dan ben je pas laat in de avond weer terug.
Je zou met paarden wat kook- en kampeer- en klim-materiaal naar de hut kunnen brengen. Er is voor
2 tot 3 tenten wel voldoende plaats te vinden en koken kan dan in de kleine hut. Vanaf dit 'advanced
basecamp' kun je dan in 1 dag de klim (500m omhoog en 10km afstand) heen- en terug goed doen. De
dag daarna is 't dan weer omlaag. Misschien (maar dat moet uitgezocht worden) kun je vanuit de hut ook
naar de noordkant afdalen, en daar de bus ontmoeten. Dat scheelt een stukje omlopen via de vallei.
De hut als overnachtingsplaats is niet aan te bevelen. Het ding is ongeveer 2.5 vierkante meter groot,
lekt aan alle kanten. Koken binnen kan wel goed.
zaterdag 28 juni 2003, Dag 9, afdalen aan de noordkant
Vandaag dalen we aan de noordzijde van de berg weer af. Rond tien uur komt de kamelenman, met een paard en
twee kamelen. 's Ochtends hebben we nog steeds te maken met het nodige slechte weer, hagel
en onweer. Na de lunch wordt het wat beter. We dalen langzaam af en komen zo in het Kazakse deel
van dit gebied. De bergen waar we de afgelopen dagen hebben rondgelopen zijn zo'n beetje de
grens tussen het Boedistische (zuiden) van deze Aimag en het Kazakse deel. Beneden bouwen we
het kamp. Na een tijdje zijn de kamelen er ook, en komt het busje aanrijden. Het is leuk om te zien
dat er twee zakken van 50kg meel met de bus mee zijn gekomen (samen met de begeleidende meneer).
Onze bagage gaat van de kameel af, de zakken meel erop en ze vertrekken weer. Net zoals in Europa
waar je geen lege vrachtwagens moet laten rondrijden is dat hier met kamelen natuurlijk ook zo.
Met het busje komt ook een briefje van Bold mee. De MIAT vlucht van Olgii naar Ulaan Baator, en
onze vlucht naar Moscow zijn herbevestigd en ook heeft hij "Border-zone" permits voor de trekking
in het Tavan Bogd gebied. Alles klaar voor deel twee van de trekking dus.
zondag 29 juni 2003, Dag 10, Hobbelen
Vanochtend stappen we in het busje, het begin van twee dagen hobbelen over de Mongoolse highways.
Eerst gaan we nog even op bezoek bij een nabij gelegen groepje Gers. Er is een Eagle-man, die vol
trots zijn vogel, maar ook zijn familie, komt laten zien. Alles moet uitgebreid op de foto. Ook
komt er een oud mannetje trots zijn medaille van de marathon laten zien. En natuurlijk moet ook hij,
en zijn familie, op de foto. We krijgen heerlijke yoghurt, en dan is 't tijd om echt op pad te gaan.
We stappen in. Het eerste deel gaat door de bergen, zwaar terrein en het gaat langzaam en moeilijk.
Later gaat het wat beter, over de uitgestrekte vlakte. Rond een uur of drie 's middags komen we
in het plaatsje Olgii aan. Eerst krijgen we een heerlijke lunch voorgeschoteld en daarna brengen we
een bezoek aan het plaatselijke badhuis (of eigenlijk douche-huis). doen nog wat boodschappen voor
het tweede deel van de trek, een trage poging tot internetten bij het postkantoor en dan gaan
we weer op weg; richting west.
Rond acht uur 's avonds zetten we de bus stil, ergens op de uitgestrekte vlakte. Dit is de kampplaats,
naast een riviertje. De Mongolen kruipen direct onder de bus om allerlei drijfstangen en andere
onderdelen te vervangen en repareren.
het geknutsel aan de bus gaat de hele nacht door terwijl wij lekker liggen te slapen. Nouja, lekker
slapen... mijn tentgenoot Hans heeft ruzie met zijn waterzak en de boel is nat en we kunnen dus aan
't dweilen. Al met al een rommelig nachtje dus.
maandag 30 juni 2003, Dag 11, verder hobbelen
De hele nacht is het geknutsel aan de auto door gegaan. De accu is -vanwege de verlichting die ze
gebruikt hebben- inmiddels leeg, maar verder lijkt alles gefixed. Met de slinger wordt de auto
gestart en we gaan weer op pad. De Mongolen zijn erg moe van al het gesleutel.
We rijden de hele dag door, tot de rand van een meer in het zuidelijke rivierdal en daar maken we het
kamp voor deze nacht. Tijdens deze rit ontdekken we ook dat Boogii geen flauw benul heeft van
kaartlezen. Hij wijst plaatsen aan in het noordelijk rivierdal, en dat terwijl we toch echt
zuidelijk zijn. Zolang er Ger's langs de route staan kan hij de weg vragen; en dan gaat het goed. Dat
kan later misschien nog wel lachen worden.
dinsdag 1 juli 2003, Dag 12, Langs het meer
Vandaag gaan we redelijk vroeg uit de veren. Rond 9 uur lopen we weg richting NW, langs
de oever van het meer. We hebben er een stevig tempo in. Na de lunch komen we -geheel onverwacht-
Bold tegen. Hij is op pad met 4 Canadezen en ergens vastgelopen omdat de weg te slecht is en
zijn paardenmannen niet zijn komen opdagen. Wij dachten oorspronkelijk ook om verder NW te
lopen en daar de doorsteek te gaan maken, maar we gaan nu toch maar het plan volgen om
morgen richting Noord te gaan naar de "hotsprings" en daar de bergpass over te steken waar Bold
vorige jaar nog redelijk ongecontroleerd naar beneden gevallen is.
Vandaag lopen we 35km langs het meer. Een flinke wandeling. Op de menukaart vanavond verse,
in het meer gevangen, regenboogforel.
woensdag 2 juli 2003, Dag 13, Noord
Rond tien uur vertrekken we vanaf ons kampplekje aan de rivier en gaan we richting noord
de vallei in. We stijgen langzaam. Netto is de stijging vandaag maar zo'n 500m, maar het
is "Nepali flat", ofwel, het gaat continue op- en neer. Om een uur of vijf komen we aan het
einde van de vallei, bij de "holy hotsprings". Tot hier is ook onze support-car gekomen. De hele
dag hebben we stralend zonnig weer gehad en er zijn zelfs korte broeken gesignaleerd.
Morgen gaan we de klim over de bergpass maken om te proberen aan de noordzijde van de
bergrij te komen. De groep van vorige jaar heeft dit verkend en toen een plek gevonden waar
het netjes zou moeten kunnen. Ze hadden toen geen stijgijzers en touwen enzo, en Bold is
toen over het ijs de berg af gegleden. Hij was vast snel beneden, maar aan de lidtekens die
hij liet zien op zijn onderarmen en scheenbeen denk ik dat wij 't toch maar beter langzaam
en voorzichtig kunnen gaan doen. Wij zijn nu, qua equipment, beter voorbereid. Toch zal 't
morgen een lange dag worden. Goed eten dus (nou, 't was werkelijk perfect!) en vroeg (9 uur)
de slaapzak in.
donderdag 3 juli 2003, Dag 14, over de rand
Vandaag dus de klim over de berg. Ons kamp was op 2420 meter. We lopen, langs de holy-hotsprings. We
zien er een paar mensen met krukken rondscharrelen. Waarschijnlijk zijn die gisteravond, toen wij
al in de slaapzak lagen, aangekomen met de vrachtwagen die hier ook staat. Het lijkt hier wel een
lokaal soort Lourdes. Wij besteden verder weinig aandacht aan deze hotsprings en gaan verder, Noordwaards.
Er zou hier een pass zijn. Als we verder lopen zijn we eigenlijk rondom omringd door bergen die
allemaal even hoog lijken. Bij een pass had ik me toch een soort 'zadel' voorgesteld. Goed dus, we gaan
vrij stijl, over de rotsen, omhoog. Een stevige klim naar de pass op 3450 meter, ruim 1000 meter omhoog
dus, en (volgens onze kaart) slechts 150 lager dan de top van deze bergen. Rond half twee zijn we
op het randje en hier houden we lunch. Aan de zuidkant de steile berghelling met rotsen waarlangs we
omhoog zijn gekomen, aan de noordkant ijs- en sneeuw. Daar gaan wij dus langs naar beneden.
Na de lunch komen de klimgordels, touwen en pickels uit de rugzak, en we gaan, allemaal netjes achter
elkaar, aan het touw door sneeuw en ijs. Snel merken we dat deze maatregelen niet voor niets zijn.
De nodige uitglijders, wegzakkers en andere toeren passeren de revue. Wat kan een beetje touw en
een pickel dan toch handig zijn.
Onze gidsen, Boogii en Daamai, lopen voorop maar het lijkt erop dat ze best bangerig zijn. Ze waren ook
zo (on)handig om voor vandaag hun bergschoenen maar in de bus te laten en lopen op gymschoenen door de sneeuw.
Ervaring in dit spel hebben ze niet. We besluiten de volgorde om te draaien, "Dutch" Hans gaat nu voorop.
Na een tijdje staan we weer op de rotsen. Het is is nu nog een stukje over de zachte sneeuw naar
beneden. Da's wel leuk, op de "textielbremsen" gaan we glijdend over de sneeuw vliegensvlug zo'n kleine 300m
naar beneden. Dat schiet op!
Rond vijf uur hebben we weer gras (of beter moeras) onder de voeten. Om zes uur komen we in een Ger.
Alweer, heel gastvrij, boterthee (ik begin het zelfs lekker te vinden), en dan wachten tot de bus de omweg
via de andere kant heeft gemaakt. Ondertussen amuseren we de kinderen met bellenblaas en stroopwafels.
Om negen uur hebben we de bus ook ter plekke en kunnen we tenten bouwen, eten koken, sokken wassen
enzovoorts. Pas om tien uur 's avonds zitten we aan de warme hap. Een mooie, lange, en ook best pittige dag.
We hebben hier het geluk gehad van het allermooiste weer dat je maar verzinnen kunt. Bij slecht weer zou
dit echt erg zwaar zijn. Desalniettemin, een "topdag". Zeker in de route houden voor volgend jaar!
vrijdag 4 juli 2003, Dag 15
We slapen eerst maar 'ns lekker uit, tot wel 9 uur en rond tien uur gaan we op pad. Langzaam
verder omlaag richting de noord-rivier. Eerst gaan we nog even langs bij wat prehistorische
rotstekeningen. Hoe oud dit precies is, daar komen we bij Boogii niet echt achter; 6 eeuwen oud,
of misschien wel de 6e eeuw, maar of 't dan voor- of na de jaartelling is... tja, wie zal het zeggen.
Het ziet er in ieder geval ernstig oud uit allemaal.
Daarna een lekkere lange lunch, een mooi zonnetje en 't laatste stukje naar de kamelenman waarmee
we hebben afgesproken. Morgen gaat die ons helpen om de spullen naar 't Tavan Bogd basecamp te
brengen.
Aan het eind van de dag krijgen we weer 't nodige aan onweer, hagel en wind om de oren, maar gelukkig
staan de tenten net op tijd, en zijn we inmiddels wel gewend aan enige wateroverlast.
zaterdag 5 juli 2003, Dag 16, naar Tavan Bogd
Vandaag begint met het opladen van de kamelen en het -te paard- oversteken van de hoofdstroom van
de rivier. We gaan vandaag zo'n 15km (en niet 5, zoals Boogii dacht) richting het basecamp van de 4355
hoge Tavan Bogd. Het basecamp zelf ligt op zo'n 3000m. Het is allemaal toch een flinke wandeling vandaag, vooral
als je denkt dat 't maar 5km zou zijn en je hebt bedacht dat je dan geen lunch hoeft te houden
onderweg en al die spullenboel op een kameel een paar uur voor je uit loopt.
Rond drie uur komen we op het basecamp aan. Een lunch, een lekker zonnetje en een perfecte rivier
om even lekker wat kleren -en onszelf- te wassen. Bold is hier ook, met de Canadezen, en we grijpen
de kans om met hem de tocht van de afgelopen dagen te evalueren. Over informatie, veiligheid,
klimervaring, kaartlezen enzovoorts. Bold pakt het allemaal goed en serieus op. Zeker first-Aid,
rescue en mountainering is iets om aan te werken. Na deze trek van ons kan ook de informatie over
kamp-plaatsen, routes, tijden en afstanden nauwkeuriger worden.
zondag 6 juli 2003, Dag 17, dagje Basecamp, dag 1
Vandaag, en morgen, staan we op het Tavan Bogd Basecamp. Thea besluit er een hele relax dag van te
maken. Hans en Hans gaan 1 van de 5 toppen beklimmen. Het eerste stuk wandel ik ook met ze mee, maar niet
helemaal mee langs de (puin-)helling omhoog. De rest van de middag hou ik het ook rustig, met wat wassen,
schoenen verzorgen, in de zon hangen en boeken lezen. Het is dan ook lekker zonnig weer.
We hebben over overmorgen, als we terug gaan naar de rivier, paarden georganiseerd. Ze kosten $5
per paard, per dag. Alleen "Dutch" Hans gaat niet te paard, hij heeft wel weer genoeg van die beesten
en gaat liever zelf lopen.
Tegen het eind van de middag blijkt weer eens dat je nog zover weg kunt reizen, maar Hollanders
kom je overal tegen. Een groep van 9 Nederlanders is in 40 dagen hier naartoe komen rijden. Het zijn
bekenden van Bold die hier twee auto's naar toe komen brengen.
We maken vanavond ook nog een studie van het fooien-niveau voor reisgidsen. Van Charles hadden we
gehoord dat een gemiddeld Mongools salaris tussen de $50 en $100 per maand ligt. De Lonley Planets
schrijven dat een "echte" gids zo'n $20 per dag beurt. Navraag bij Bold leer dat hij $50 per
gids als fooi wel een redelijk bedrag schijnt te vinden, afhankelijk van hoe tevreden je bent.
Kort en goed, we zijn er nog niet uit wat we met onze gids, hulpgids, kok en chauffeur willen doen.
De maaltijd van vandaag viel een beetje erg tegen. Het was namelijk koud. Oorzaak was dat er voor
twee groepen gekookt bleek te worden. Maarja, koude spagetthi en koude macaroni... brrrr.
Ook vanavond hebben we het traditionele slechte weer, na een overigens verder erg zonnige dag.
maandag 7 juli 2003, Dag 18, dagje Basecamp, dag 2
Vandaag is de laatste dag bij het basecamp. En eigenlijk is het de hele dag erg slecht weer. Zelfs ontbijt
doen we vandaag in 1 van de twee tenten. Veel wind en regen en van enige activiteiten komt weinig.
We kletsen wat met onze landgenoten die hier gister zijn aangekomen.
Halverwege is het even droog. Een "slager" komt langs, met een half schaap om te verkopen. Zodoende kan
er morgen iets van vers vlees op het menu komen.
Aan het eind van de middag begint het weer te regenen en zelfs te sneeuwen. In beide tenten hebben we
de bijbehorende wateroverlast. Ik hoop echt dat de groep van volgend jaar betere spullen heeft want
dit is echt waardeloos. De tenten hangen soms echt van sport-tape en plastic zakken aan elkaar.
Het eten is vandaag wel weer prima. Als we gaan slapen, 22:30 uur, i shet weer droog buiten, en erg koud.
dinsdag 8 juli 2003, Dag 19, te paard!
Na het ontbijt, in het zonnetje, komt rond half tien de kamelenman, met de drie extra paarden die
we hebben gehuurd. Onze Mongolen hebben weer een Marmot gevangen en tot lekker hapje gemaakt, en ik
moet zeggen, dat smaakt best lekker!
Van een groep Amerikanen die ook in het basecamp krijg ik (kleur) copieen van 1:200.000 kaarten. Dat
is een stuk beter dan de 1.500.000 die wij in de mapstore in UB hadden gekocht. Jammer dat we ze pas
achteraf krijgen, maar voor de groep van volgend jaar is dit erg mooi! Van Bold begrepen we
dat 1:200.000 in Mongolie niet verkocht mag worden, omdat 't staatsgeheim is. Tja, waarom ze dan wel
gewoon in de bibliotheek van Washington liggen.... ?
Alles wordt weer op de kamelen gepakt en we zijn klaar voor vertrek. Om elf uur gaan Hans, Thea en ik,
te paard, richting de rivier waar de bus weer op ons zal wachten. Langzaam hobbelen we voort. Op het
eind is weer de spectaculaire rivier-oversteek-te-paard.
Op het plekje waar het busje komt is het een drukte van belang. Allerlei "locals" zijn hier bezig
met een soort sportdag. Er is boogschieten, worstelen en volleybal. En alle "local heroes" willen
op de foto.
Rond vier uur stappen we dan in onze bus voor de lange terugweg. Eerst volgen we een stuk de
noord-rivier, maar -omdat volgens informanten onderweg- de rivier te hoog is buigen we af en gaan
dwars door de bergen richting de zuid-route waarlangs we ook het nationale park zijn binnen gekomen.
Om een uur of acht maken we kamp. Na het eten komt de "staff" met een fles wodka om de laatste trekkingdag
te vieren. Wodka en Pringles chips; maar wel gezellig. Meteen een goede gelegenheid om afscheids-speech
achtig gedoe te doen, en om fooien uit te deelen. Uiteindelijk is 't geworden: Boogii met $40 en
Nooj, Daamai en de driver met $30 tevreden mogen zijn.
woensdag 9 juli 2003, Dag 20, terug naar Olgii
Vandaag is het een dagje hobbelen in de auto. Een lange rit, via de "wooden bridge" bij de ingang
van het National park (even betalen om het openen van de slagboom te versnellen) en daarna langs
wat plaatsjes en uiteindelijk naar Olgii waar we rond vier uur aankomen.
Daar horen we overigens dat Bold, met onze Canadeese vrienden, wel de (veel kortere) noord-rivier
hebben gevolgd en de bus achterop een grote truck over de rivier hebben laten zetten. Tja, als je
dat geluk hebt, dan ben je inderdaad veel sneller. Misschien kan hij voor volgend jaar dit soort
geluk gewoon vooraf arrangeren, en zo een dag rijden verminderen.
We checken in in ons hotel, nemen een bad in het locale bad (nee, douche-) huis want hotels hier
hebben geen badkamer, en hangen verder tot diner-tijd wat rond in het verders saaie Olgii.
Na het eten gaan we de tassen klaar maken voor de terugvlucht met MIAT naar UB. Alle zware spullen
uit de incheck-bagage en in de handbagage want anders moeten we weer zoveel overgewicht betalen als
op de heenreis naar Khovd.
donderdag 10 juli 2003, Dag 21, een dag doen over 4 uur vliegen
Vandaag is de vlucht van Olgii naar Ulaan Baator. Na het ontbijt in ons hotel gaan we
met de spullenboel naar het luchthaven gebouwtje. Zoveel mogelijk gewicht in de handbagage
want je mag maar 10kg incheck bagage hebben, althans dat hebben op de heenreis geleerd.
Op het vliegveld blijkt dat ze hier ook de handbagage wegen. Dus, even ermee naar buiten,
allerlei "zooi" eruit gooien, de "lege" handbagage laten wegen, en dan -zodra we boardingpassen
in handen hebben- gaan de spullen weer terug in de tas.
Na het incheck-gedoe gaan we, met boarding-pass op zak, en de handbagage nog in de hand, met
ons busje terug naar Olgii. Het duurt nog wel een paar uur voordat de Antonov komt en
we gaan lekker uitgebreid lunchen.
Daarna brengen we nog een bezoek aan het lokale museum van Olgii. Een erg leuke collectie
die vooral een aardig beeld geeft van de tijd dat de Russen hier het socialisme kwamen brengen,
van de ontwikkeling van Olgii door de jaren heen, van allerlei stoere mannen die medailles
kregen (de hoofdconstructeur, de drukpers, de eerste vrachtauto). Dit museum is, alleen door
de "klassieke" opzet de moeite van het bezoeken zeker waard! (laat je vooral niet leiden door
het wat negatieve commentaar in de Lonley Planet)
Rond een uurtje of drie rijden we weer naar het vliegtuig, een symbolische securitycheck en
dan maar wachten tot de Antonov komt. Om 4 vuur (locale tijd, de klok gaat straks een uur
vooruit) stappen we in en vertrekken we, met een halfvol vliegtuig, richting Ulaan Baator.
Er wordt een tankstop gemaakt, op een andere plek dan op de heenreis. Het is Tosontsengel.
Het is opmerkelijk om te zien dat na de tussenstop er een paar mensen in het vliegtuig
klimmen die er eerst nog niet waren. Zonder kaartje, gewoon "gelukszoekers" die een poging wagen
om eens een rondje te vliegen. De security op deze airstrip is bepaald niet waterdicht (of beter,
ontbreekt helemaal). De bemanning veegt de "lifters" het toestel uit en we vertrekken weer.
Uiteindelijk gaat de reis verder soepel, en rond 11 uur 's avonds schuiven we in de Brauhaus
in Ulaan Baator aan voor de maaltijd. We overnachten de komende dagen in een (luxer) hotel.
vrijdag 11 juli 2003, Dag 22, Opening van het Naadam Festival
Het Naadam Festival! Na het ontbijt reizen we naar het stadion van Ulaan Baator.
Meteen valt op hoe goed Mongolie dit allemaal heeft geregeld. Een indrukwekkende politie/legermacht
regelt alles op straat en in het stadion. Keurig!
Een indrukwekkende openingsceremonie trekt aan ons voorbij. Paarden, kamelen, dans, zang, muziek,
van alles en nog wat. Het heeft de uitstraling van een opening van de Olympische spelen.
Vrijwel direct na de opening begint het worstelen, waar 512 deelnemers in 9 ronden uitvechten wie de
nieuwe nationale held zal worden. Naadam, wat een feest, je hebt echt geen idee waarin je terechtgekomen bent.
Na de lunch gaan we richting het paardrijden, 1 van de drie hoofdsporten tijdens het Naadam. Het
paardenrace gaat over een afstand van 35km met een fisish ergens ver buiten Ulaan Baator. In een
bloedstollende autorit gaan wij, samen met -zo lijkt het- alle andere Mongolen naar de finish van
het paardrijden. Soms 6 rijen auto's breed gaat het levensgevaarlijk over de smalle twee richtingsweg.
Jammer genoeg staan we wat ver weg van de finish zodat de paarden vooral een langs schuivende
grote stofwolk is.
Direct na de finish gaat het auto-circus weer allemaal tegelijk richting UB. Drukte, stof, getoeter en
veel ge-cowboy op de weg.
Terug in UB gaan we naar het boogschieten. In een tent er naast wordt een vreemd soort "sjoelen zonder
sjoelbak" gespeelt. Met schijfjes die met de vinger door de lucht worden geslingerd worden enkel-botjes
in een soort kast omver geschoten. En dat allemaal bloedserieus.
Rondom het stadion hangt een soort gezellige Koninginnedag-sfeer.
's Avons eten, samen met Bold en zijn vrouw en de Canadezen, weer bij de Koreaanse Mongool. Lekker en
gezellig.
zaterdag 12 juli 2003, Dag 23, meer Naadam Festival
Vannacht heeft "Dutch" Hans niet zo best geslapen en hij blijft dan ook in het hotel achter als wij
voor de tweede ronde paardrijden in de bus stappen. Vandaag is de 27km aan de beurt en hebben we een
veel betere plek dan gister.
Op weg naar de race maakt onze driver er weer een angstaanjagende gebeurtenis van door zich vol
enthousiasme en luid toeterend in kudde auto's richting paardenrace te gaan. Iedereen gaat weer
als cowboys, nu soms 10-baans over de 2-baans twee-richtingsweg op pad. Ongelukken kunnen dan ook
niet uitblijven. Links en rechts zien we gestrande voertuigen, en zelfs wat ernstiger crashes waarbij
ik me serieus afvraag of de deelnemers het allemaal wel hebben overleefd.
Maargoed, het paardrijden konden we nu veel beter zien, en dan is 't inderdaad best spannend.
We lunchen vandaag weer in het "American Burger" restaurant, en net als in het begin van de
reis gaat er hier weer van alles mis met de bestelling, het betalen en uiteindelijk is het
eten nog niet eens lekker ook. Je kunt beter aan de overkant bij de Duitse Biergarten gaan eten.
De middag gebruiken we om nog wat in UB rond te neuzen, en het diner is bij "Gingesh" en is erg goed.
Ondertussen gaat het worstelen op het Naadam festival natuurlijk gewoon door. Op radio en TV
volgt heel Mongolie de strijd, met juigt en schreeuwt, en feest mee alsof het de WK- voetbal is.
's Avonds in ons hotel zien we dat de "rode" won van de "roze", en zo is er een nieuwe nationale held!
Direct daarna is Naadam dan ook afgelopen. Wat een feest is dat zeg, dat Naadam!
Daarna nog even snel de tas inpakken. Morgen vliegen we via Moskou weer naar huis.
Breakfast at seven. Hopelijk is Hans dan weer beter.
zondag 13 juli 2003, Dag 24, naar huis
's morgens vroeg zitten we aan een klein ontbijt, en dan nemen we afscheid van "Kirgish" Hans en Thea.
Die gaan nu met de trein naar Bejing. Wij worden door Baljaa naar het vliegveld gebracht. Bold
komt ook nog even langs. De vlucht van ongeveer 5 uur naar Moskou gaat snel. Het wachten (8 uur)
op het vliegveld van Moskou duurt een stuk langer. Daarna nog een klein stukje naar Amsterdam en
we zijn weer thuis.
Het zit er weer op. Mongolie! Weer een mooie reis.
Hans en Thea over Mongolie:
Hieronder een verhaal door Hans en Thea:
Steigijzers
Op 2700 meter hoogte. Het is vroeg en koud. Schapen en geiten laten hun geblaat en gemekker al horen. Een campingtafeltje, vier stoelen. Vier Nederlanders, waaronder wij twee eten met de jassen aan. De sneeuw dwarelt op de boterhammen met kaas. Wij krijgen ook soep bij het ontbijt. In de handen wrijvend wordt er gegeten. De kokkin blijft achter. John en Hans (de andere twee Nederlanders), twee begeleiders en een 'local guide' vertrekken met bijna onbekende bestemming. Het doel is de beklimming van de Tsambagarev Uul, de drie na hoogste berg van Mongolie. De top is bedekt met een grote gletsjer. Steigijzers en touwen gaan mee. De ' local guide' kent alleen de weg naar de hut vlakbij het begin van de gletsjer. Het hoogste punt (4202m.) kent hij alleen van horen zeggen. De twee begeleiders hebben evenals wij de dag ervoor ook voor het eerst steigijzers onder de schoen gebonden, alleen maar om ze op maat te maken. John en Hans hebben ervaring op gletsjers.
Wij hadden uit de folder van HT-wandelreizen niet begrepen dat de trekking in Mongolie er zo experimenteel zou uitzien. John, die optreedt als een soort reisleider zal voor HT opschrijven wat de ervaringen zijn om uiteindelijk een vaste reis in de brochure te kunnen zetten.
Op de kaart ( 1 op 500.000) staan de hoogtelijnen er vooral om te laten zien waar er bergen zijn. Veel details ontbreken. Het is niet goed te zien waar we precies kamperen en ooki niet waar de top precies is. Dankzij de hoogtemeter van andere Hans weten we in ieder geval dat we 1500m. zouden moeten klimmen. Het is droog wanneer we vertrekken. Een grijswitte vos rent van schrik verder de steile helling op. Het wordt een dag van verkleden. Regenjas aan, muts op, handschoenen aan, fleecevesten aan. Dan weer een of meerdere kledingstukken uit.
De zon schijnt, het hagelt, het sneeuwt, het regent, het waait uit verschillende richtingen. Afwisseling genoeg. Wanneer de wolken even weg zijn hebben we prachtige uitzichten. Gers (nomadententen) zijn kleine witte stippen omringd door kleinere stippen van schapen yaks, paarden, geiten en koeien. Door de dunne laag sneeuw/hagel verschijnen op enkele plekken gele, blauwe en paarse bloemen. Ook edelweiss doet zijn best om op te vallen. In de pauzes worden we verwend met appelsap, koekjes, chocolade en pinda's. In een piepkleine hut op 3700m. krijgen we hete thee uit een thermoskan en boterhammen met spek. Opgevouwen en strak tegen elkaar aan luisteren we naar het gieren van de wind en het bulderende onweer. De sneeuw dringt door de kieren naar binnen. In het 'hutlogboek' valt nauwelijks wat te schrijven omdat alles nat wordt. Toch zijn we blij met de beschutting. Plots klaart het op en zien we de gletsjer even verderop schitteren. We weten dat we de top niet zullen halen! . Aan de rand van de gletsjer valt nu wel in te schatten wat de afstand zou zijn. Heen en terug ongeveer 40 km. en een hoogteverschil van 1500m. Een beetje te ver................
Voor de lol en het uitproberen gaan we toch even de gletsjer op. Onze schoenen zijn niewt optimaal om de verouderde steigijzers onder te kunnen binden. Aaa een 60 m. lang touw sjokken even later 7 mensen de besneeuwde ijsvlakte op. Het is glooiend. Toch is het lopen zwaar. Voor Thea en mij geen echt genoegen. Er zijn leukere dingen te bedenken in de bergen. We maken gelukkig maar een klein rondje en we mogen even later weer los lopen. Tijdens het afdalen maken we wat toeristische omzwervingen totdat de sneeuw, regen en de weer aantrekkende wind hier een einde aan maken. De 'local guide' daalt razendsnel. Wij ontzien de knieen. De kokkin verwelkomt ons met thee en cake. Gelukkig is er voordat we gaan eten tijd genoeg om even te gaan liggen. Een inspannend dagje.
Wobbelige voeten.
Trekking
Mongolie is groot en leeg. Het is drie maal zo groot als Frankrijk en er wonen 2,4 miljoen Mongoliers. Ongeveer de helft daarvan woont in de drie grootste steden. De andere helft woont zeer verspreid, voornamelijk in gers.
Het is een veeteelt land. Het land wordt 'gevuld' met 3,1 miljoen paarden, 3,8 miljoen koeien en yaks, 15 miljoen schapen, 11 miljoen geiten en een onbekend aantal kamelen. De varkenspest kan hier niet uitbreken. Er zijn varkens. De vogelpest gaat aan dit alnd voorbij. Er is geen kip te zien. Wel altijd in dit grote, lege land een ger, een kudde of een ruiter. Er is geen openbaar vervoer en de wegen zijn erbarmelijk. We zien maar een heel klein deel. We maken met HT-wandelreizen in een week of drie twee trekkings in het westen, op de grens van Rusland, China en Mongolie. Het is een hele kleine groep. John, Hans en wij tweeen. De bagage wordt soms per kameel vervoerd. Meestal echter door een groot uitgevallen russische Jeep. Het lopen gaat voortreffelijk en we genieten, ondanks de sterk wisselende weersomstandigheden erg van het verblijf in dit werkelijk prachtige, wijdse land. We kamperen op heel mooie plekken die tussen de 20 en 35 km. uit elkaar liggen. Soms is het he! el steil. Ook al zijn we de oudsten, we lopen volgens onze trekkinggenoten, in een stevig tempo en meestal voorop. Blijkbaar hebben onze dagwandeling in Kyrgystan onze conditie goed gedaan. Er staat van deze trekking niet zoveel vast. De route, de dagafstand, het aantal uren lopen, de plaats en wanneer de lunch zal zijn en waar en wanneer we op de kampeerplaats aankomen, zijn zaken die vallen onder de noemer 'experimentele trekking'. We weten het wanneer de dag er op zit. Vorig jaar is deze trekking ook geprobeerd. Er ging toen van alles mis. Nu hebben we of geluk (met het weer) of we doen het gewoon goed. Al met al is het onzeker. Het maakt het wel avontuurlijk.
Wat vaststaat is de gastvrijheid van de 'gersbewoners'. Als het maar enigszins kan moeten we binnenkomen voor thee (met melk en een beetje boter), paardenmelk, brood, kaas en een dunne soort yoghurt. Een keer kwamen kinderen aangerend met een emmertje yoghurt. De voorbijgangers ( 150 meter van de ger af) moesten en zouden wat aangeboden krijgen. Ze kijken ons ook bijna allemaal met grote verbaasde ogen aan. De nieuwsgierigheid straalt van hun gezichten. De meeste gers zien er warm en comfortabel uit. Dat mag ook wel. 's Winters vriest het al gauw meer dan 40 graden. In ruil voor hun vrijgevigheid willen ze graag dat er van hen een foto wordt gemaakt. Ze poseren met graagte. Het worden ware staatsieportretten van het hele gezin.
Met onze trekkinggenoten discussieren we vaak over het nivo van deze trekking, 3, 4 of 5 voetjes. Een zeer steile beklimming van ongeveer 240 meter vol met rotsblokken, gevolgd door een ijzige afdaling van een evenzo steile gletsjer zou goed zijn voor 5 voetjes. Dat we het laatste deel van deze gletsjer op onze kont als op een sleetje gezeten naar beneden zoefden haalt de moeilijkheidsgraad weer omlaag. Teveel sneeuw....................
Regelmatig schijnt de zon krachtig en fel. Teken om er even bij te gaan liggen: 5 zonnetjes!
Onze gids cq reisleider heeft zijn mongoolse GPS (Ger Positioning System - bij de gers de weg vragen) niet nodig gehad om bij het basiskamp in het uiterste westen van Mongolie te komen. Hij haalde alleen de uren en de kilometers door elkaar. Het was geen (nog maar) 5 kilometer lopen, maar 5 uur! Prachtige wandeling. Het basiskamp is 'druk'. Net een echte camping met ongeveer 20 kleine tentjes bevolkt door echte bergbeklimmers en bergwandelaars. Tot de laatsten behoren wij. De beklimmers doen bij voorkeur de hoogste berg van Mongolie. Deze berg van meer dan 4300 meter hoogte heeft een onuitspreekbare naam en is een overnachting op de gletsjer van het basiskamp verwijderd. De wandelaars doen een naastgelegen berg eveneens met een onuitspreekbare naam, slechts op 4028 meter en deze is zonder hulpmiddelen goed te doen. Boven is er een fantastisch uitzicht. Thea heeft dit gemist. Ze genoot van een welverdiende dag rust. Ook John zag er van af.
De twee trekkings zitten er op.
Inmiddels zijn we met een binnenlandse vlucht weer in Ulaan Baatar aangekomen. We genieten van Het Naadam Festival en bereiden ons voor op onze sars-vrije reis door China. Dat worden weer heel andere verhalen....................
|